Diversen
Functionele sensibele stoornis
Wat is het?
Een functioneel sensibele stoornis is een aandoening welke problemen geeft in de functie van het gevoelsgedeelte van het zenuwstelstel. Hierbij komen klachten voor zoals: tintelingen, gevoelloosheid of een veranderd gevoel. Deze symptomen worden niet veroorzaakt door schade van het zenuwstelsel, maar er is een storing in de samenwerking tussen hersenen en zenuwen. De klachten kunnen ertoe lijden dat het functioneren erg bemoeilijkt wordt.
Een functionele sensibele stoornis kan als symptoom of stoornis alleen voorkomen, maar komt vaak ook samen voor met andere functionele symptomen.
Welke klachten komen vaak voor?
- Halfzijdige klachten van een veranderd gevoel zoals van arm en been, vaak met betrokkenheid van het halfzijdige gelaat.
- Een gevoel dat een lichaamsdeel niet bij het lichaam hoort.
- Verminderd/volledig verdwenen gevoel van een ledemaat of delen van het lichaam, vaak zijn er scherpe begrenzingen tussen de zones met en zonder symptomen.
- Vreemde sensaties, zoals tintelingen, spiertrekkingen, elektrische gevoelens. Het kan komen en gaan en zich verplaatsen.
Wat is de oorzaak?
Net als bij andere soorten FNS weten we niet zo goed waarom sommige patiënten functionele sensibele stoornissen krijgen.
Enkele bekende uitlokkende factoren zijn:
- een blessure, vaak met pijn.
- paniek of hyperventilatie. Er zijn dan vaak ook klachten van duizeligheid en/of anders ademen en/of kortademigheid.
- een ziekte met veel vermoeidheid of langdurige bedrust.
- Soms is er geen duidelijke aanleiding.
Is er behandeling mogelijk?
Soms is er geen behandeling nodig, de klachten kunnen vanzelf weer overgaan. Het is hierbij vaak belangrijk dat er een goede uitleg wordt gegeven door de specialist, zodat er geen zorgen over of angst voor een andere aandoeningen blijft bestaan.
In overleg met de specialist kan soms een gespecialiseerde fysiotherapeut worden ingeschakeld, met name wanneer er ook zwakte of bewegingsangst is. Ook kan er soms gekozen worden voor een ergotherapeut, psycholoog of psychiater.
Functionele duizeligheid of Persisterende Positionele Perceptie Duizeligheid (PPPD)
Wat is het?
Functionele duizeligheid of Persisterende Positionele Perceptie Duizeligheid (PPPD) is een aandoening die problemen geeft in de functie van het evenwicht. Dit geeft klachten van een constant deinend en onzeker gevoel en klachten van “onbalans” (zonder draaiduizeligheid). Bij PPPD is er geen beschadiging aan de hersenen maar werken de hersenen, zintuigen en zenuwen niet goed samen. De klachten kunnen ertoe leiden dat het functioneren in het dagelijks leven bemoeilijkt wordt. Het gaat vaak samen met angst voor bewegen en/of vermijden van ruimtes met veel bewegingen of bewegende beelden.
De klachten kunnen ook soms samengaan met een aandoening van het evenwichtsorgaan zoals de ziekte van Ménière, of vestibulaire migraine.
Welke klachten komen voor?
- Aanhoudende duizeligheid (zonder draaigevoel) en/of gevoel van onbalans of deinen
- Klachten nemen toe bij rechtop zitten of staan, alsook bij hoofd- en lichaamsbewegingen, en bij het zien van bewegende beelden
Wat is de oorzaak?
De oorzaak van PPPD is, net als van andere vormen van FNS, nog niet bekend.
PPPD begint vaak na een aanval van draaiduizeligheid (door een stoornis in het evenwichtssysteem), maar kan ook ontstaan na bijvoorbeeld een paniekaanval of hoofdletsel.
Hoe wordt de diagnose gesteld?
De diagnose PPPD wordt gesteld op basis van het klachtenpatroon van de patiënt en het lichamelijk onderzoek. Soms is nog aanvullend onderzoek nodig om eventuele andere oorzaken uit te sluiten maar zelden is er een reden voor een hersenscan.
Is er behandeling mogelijk?
Er is niet altijd een behandeling nodig, de klachten kunnen vanzelf overgaan. Een goede uitleg is van groot belang.
Bij aanhoudende of ernstige klachten is soms een gespecialiseerde vorm van fysiotherapie nodig, vestibulaire revalidatie. Dit is een vorm van fysiotherapie waarbij geprobeerd wordt de patiënt weer beter te laten wennen aan bewegingen en het omgaan met bewegende beelden.
Een psycholoog kan soms ook worden ingeschakeld, bijvoorbeeld bij overmatige angst voor vallen of vermijding.
Functionele Blaasklachten
Wat is het?
Functionele blaasklachten zijn problemen met plassen die niet verklaard worden door schade aan de blaas, nieren of zenuwen. In plaats daarvan gaat er iets mis in de samenwerking tussen hersenen, zenuwbanen en de blaasspieren. Daardoor kunnen klachten ontstaan zoals vaak of heel dringend moeten plassen, moeite met leegplassen of zelfs helemaal niet kunnen plassen.
Deze klachten komen opvallend vaak voor in combinatie met FNS of andere aanhoudende klachten, zoals prikkelbare darm syndroom of fibromyalgie.
Welke klachten komen voor?
Mensen met functionele blaasklachten kunnen één of meer van de volgende klachten ervaren:
- Opslagproblemen: vaak moeten plassen, nachtelijk plassen, plotselinge aandrang (urgentie), ongewild urineverlies.
- Ledigingsproblemen: aarzelend of onderbroken plassen, trage straal, persen, gevoel dat de blaas niet leeg is, of dubbel moeten plassen.
- Urineretentie: de blaas vult zich maar het lukt niet om te plassen (als dit chronisch is wordt het ook wel Fowler’s syndroom genoemd).
- Sommige mensen ervaren een overactieve blaas (detrusorinstabiliteit), waarbij de blaasspier te actief samentrekt. Dit geeft frequente aandrang en plassen, vergelijkbaar met het prikkelbare darmsyndroom – maar dan van de blaas.
Hoe ontstaat het?
Bij functionele blaasstoornissen lijkt die balans in de aansturing van de blaas door het zenuwstelsel verstoord. Het komt vaker voor bij mensen met ander aanhoudende klachten zoals prikkelbare darm, fibromyalgie en chronisch vermoeidheidssyndroom. Mogelijk delen ze een gemeenschappelijk mechanisme van ontregelde netwerken in aansturingen door het zenuwstelsel.
Hoe vaak komt het voor?
- Bij patiënten met functionele bewegingsstoornissen ervaart circa 20% klachten van de urinewegen, meestal passend bij overactieve blaas.
- Chronische idiopathische urineretentie (Fowler’s syndroom) komt vaak voor samen met FNS en andere aanhoudende klachten en meer dan driekwart ervaart ook angst of depressie
Diagnose
De uroloog en neuroloog onderzoeken samen of er een onderliggende oorzaak is, zoals prostaatproblemen, neurologische ziekten of vernauwingen van de plasbuis. Vaak worden een blaasdagboek, flowmeting en urodynamisch onderzoek gedaan. Wanneer geen structurele verklaring wordt gevonden, en er positieve kenmerken voor FNS gevonden zijn, kan de diagnose functionele blaasklachten gesteld worden.
Behandeling
De behandeling richt zich op meerdere niveaus:
- Bekkenfysiotherapie en continentiezorg, voor verbetering van controle over bekkenbodemspieren.
- Leefstijladviezen, zoals vochtregulatie, toilettraining en stressreductie.
- Psychologische ondersteuning, gezien de hoge prevalentie van comorbiditeit met angst, depressie en stress.
- Sacrale neuromodulatie, bewezen effectief bij Fowler’s syndroom
- Medicatie die de blaasspier ontspant (bij overactieve blaas).
Belangrijk is dat patiënten begrijpen dat de klachten echt zijn, ook al is er geen schade zichtbaar op scans. Het gaat om een ontregeling in de samenwerking tussen zenuwstelsel en spieren, en die samenwerking is vaak wél te beïnvloeden.
Visuele symptomen bij FNS
Wat is het?
Functionele visuele symptomen behoren tot FNS. Er is geen beschadiging van ogen of hersenen die de klachten verklaart; de samenwerking tussen oogbewegingen, aandacht en hersennetwerken is ontregeld. Veelvoorkomende uitingen zijn: wazig zien, dubbelzien, schommelend of “tunnel‑” zicht, wisselend gezichtsvelduitval en tijdelijk (bijna) niets zien. Een typisch, goed verklaarbaar voorbeeld is convergentiespasme: de ogen trekken onwillekeurig “naar binnen”, waardoor het zicht acuut wazig of dubbel wordt.
Klachten
- Wazig of dubbelzien dat komt en gaat, soms uitgelokt door lezen, schermwerk of stress; knijpen of knipperen kan kort helpen.
- Wisselende gezichtsveldklachten (bijv. ring‑ of tunnelvormig), die van moment tot moment kunnen veranderen.
- Zichtbare bewegingsstoornissen van het oog.
Diagnose (positieve aanwijzingen)
De diagnose kan weer gesteld worden op basis van het verhaal en positieve kenmerken bij het onderzoek, dus niet alleen “bij gebrek aan afwijkingen”. Voorbeelden zijn:
- Variabiliteit en omkeerbaarheid
- Inconsistenties bij testen
- Provocatietests bijvoorbeeld bij convergentiespasme (
- Behouden reflexen (normale pupilreacties, optokinetische nystagmus).
Aanvullend onderzoek (oogheelkunde/neuro‑oogheelkunde) is gericht op het uitsluiten van lichamelijke oorzaken. Beeldvorming is zelden nodig.
Waarom ontstaat het?
Bij FNS spelen aandacht en verwachting een rol. Focus op storende sensaties of angst (bijv. “mijn ogen doen het niet”) kan ervoor zorgen dat reflexmatige oogbewegingen en scherpstelling ontregelen. Stress en migrainegevoeligheid, maar ook slaaptekort en schermbelasting, kunnen dit versterken. De klachten zijn echt, maar functioneel: het systeem werkt niet goed, zonder weefselschade.
Behandeling en zelfhulp
- Uitleg over FNS en het mechanisme is de eerste stap; veel mensen merken al vermindering door begrip en normalisatie.
- Trainen van oog‑ en aandachtcontrole: korte, frequente oefeningen met wisselend verre‑/nabij fixeren, rustig ademen, schouder‑/kaakontspanning; opbouwen van leestijd/schermtijd met pauzes (20‑20‑2‑regel: elke 20 minuten 20 seconden ver weg kijken en 2 keer rustig uitademen).
- Geleidelijke blootstelling aan visuele triggers (met focus op ademhaling en tempo).
- Behandeling co-morbiditeit
- Orthoptie/ergotherapie kan helpen bij convergentiespasme en leesproblemen; langdurig afplakken/occlusie wordt vermeden.
Adviezen tijdens een episode
- Zet beide voeten op de grond, langzaam uitademen (4‑6×), kijk wisselend ver en dichtbij, knipper rustig; laat iemand rustig praten en prikkels beperken (licht, scherm).
- Bij duizeligheid/overprikkeling: ga zitten, focus op een stabiel ankerpunt in de kamer; bouw daarna activiteiten weer op.
Prognose
Met duidelijke uitleg en gerichte oefeningen verbeteren veel patiënten; bij sommigen flakkeren klachten op bij stress of visuele overbelasting. Vroegtijdige, multidisciplinaire aanpak geeft de beste kans op duurzaam herstel.
Functionele Spraak- en Slikstoornissen
Functionele spraak- en slikstoornissen komen soms losstaand, maar meestal in combinatie met andere functionele symptomen voor. De meest voorkomende zijn:
Onduidelijke spraak (dysartrie)
Onduidelijke spraak (dysartrie) kan op en af aanwezig zijn. Het kan klinken als een dronkenmansspraak zonder dat er alcohol gedronken is. Soms kunnen de klachten toenemen bij vermoeidheid en dient er door een neuroloog een onderscheid met bijvoorbeeld een spierziekte gemaakt te worden. Door het doen van neurologische testen kan er goed onderscheid gemaakt worden tussen de verschillende soorten oorzaken.
Stotterende spraak
Iemand zonder een verleden van stotteren, kan zomaar een stotterende spraak krijgen. De spraak kan aarzelend zijn, vaak met pauzes midden in woorden in plaats van aan het einde. Er kan aan het begin van elk woord een aarzeling optreden. Een andere mogelijkheid is een 'telegrammatische' spraak, waarbij woorden als 'en' of 'de' uit de zin worden weggelaten.
Woordvindstoornis
Dit is eerder een symptoom van het 'denken' (cognitief) dan van de spraak. Er is te merken dat:
- Er wordt gezocht naar het juiste woord, maar het lukt maar niet
- Er worden woorden door elkaar gehaald in een zin
- Woorden komen er verkeerd uit of als onzinwoorden, bijvoorbeeld:
'waar is het treinperron' in plaats van 'treinstation'
'Ik moet de cheque bij de plank inleveren'
Fluisterende spraak/heesheid (dysfonie)
Dit klinkt als de spraak die mensen hebben bij keelontsteking, maar het wordt niet veroorzaakt door een keelontsteking of een andere zichtbare afwijking aan de stembanden en het duurt veel langer. Dit wordt vaak functionele dysfonie genoemd. Het wordt meestal onderzocht door een KNO-arts (keel-, neus-, oorarts) om er zeker van te zijn dat er geen aanwijsbare oorzaak is. Het kan komen en gaan en soms zelfs worden getriggerd door een ontsteking, maar de stembanden 'vergeten' goed te functioneren nadat het virus is verdwenen.
Soms kunnen mensen hun spraak volledig verliezen; dit wordt functionele afonie genoemd. Soms voelt het makkelijker om in bepaalde situaties te spreken dan in andere.
Buitenlands accent syndroom
Een ander zeldzaam functioneel spraakprobleem is het zogenaamde buitenlands accentsyndroom. Dit kan worden veroorzaakt door verschillende neurologische aandoeningen, maar kan ook een functioneel neurologisch symptoom zijn of onderdeel van een functionele neurologische stoornis. Wanneer de 'melodie' van de spraak misgaat, kan het klinken alsof iemand een nieuw accent heeft. Bij FND kan dit probleem zich ontwikkelen tot een volledig gevormd accent van een ander land of een andere regio. Dit kan iemands identiteitsgevoel veranderen en zichzelf in stand houden.
In 2019 is er in Edinburgh onderzoek gedaan naar het buitenlands accentsyndroom, onder leiding van Laura McWhirter en met de hulp van Nick Miller, hoogleraar logopedie aan de Universiteit van Newcastle. Het artikel is te vinden via deze link.
Slikproblemen (globus gevoel)
Als iemand met FNS ook slikproblemen heeft, wordt doorgaans het gevoel ervaren dat er iets vastzit in het bovenste deel van de keel. Dit kan zelfs voorkomen wanneer er niets wordt doorgeslikt, maar kan het slikken wel bemoeilijken. Dit symptoom wordt vaak globus of globus pharyngis genoemd. Slikproblemen worden meestal eerst onderzocht door een KNO-arts (oor-, neus- en keelarts) om te controleren of er geen aanwijsbare oorzaak is. Mensen met globus hebben vaak ook last van zure reflux, wat ook behandeld kan worden, hoewel het niet de enige oorzaak van het symptoom is.
Hoest
Er zijn veel oorzaken voor hoesten. Functioneel hoesten kan een luide, blaffende hoest zijn of een kriebelhoest, een overgevoelige hoest. Hoesten wordt meestal eerst onderzocht door een longarts om er zeker van te zijn dat er geen andere aandoening van de luchtwegen aanwezig is.
Hoe wordt de diagnose gesteld?
Bij functionele spraak- en slikproblemen zijn de delen van het zenuwstelsel die de spraak en het slikken regelen niet beschadigd of ontstoken, maar de functie is niet goed.
De neuroloog of KNO-arts of longarts kan meestal de diagnose stellen nadat hij het verhaal over de klachten gehoord heeft en lichamelijk onderzoek heeft gedaan. Soms worden er ook scans afgesproken om andere oorzaken uit te sluiten.
Logopedisten (soms ook wel spraak- en taaltherapeuten genoemd) hebben specifieke expertise in het onderzoeken van spraak en slikken en zijn soms ook betrokken bij het stellen of bevestigen van de diagnose.
Is er behandeling mogelijk?
De soort behandeling hangt af van de aard van uw symptomen. Een gespecialiseerde logopedist of fysiotherapeut kan hierbij helpen.
https://neurosymptoms.org/wp-content/uploads/2021/07/jnnp-2021-326767.full_.pdf
FNS en Stemmingsstoornissen
Wat is de relatie?
Mensen met een functioneel neurologische stoornis (FNS) hebben vaak ook last van stemmingsstoornissen zoals angst, paniekaanvallen of depressie. Dit betekent niet dat FNS puur “psychisch” is, maar wel dat mentale kwetsbaarheid en stress een belangrijke rol kunnen spelen in het ontstaan en in stand houden van klachten.
Het is belangrijk te weten dat ook mensen met andere neurologische ziekten (zoals MS of Parkinson) vaak angst of depressie hebben. Bij FNS is dat dus niet anders: het betekent niet dat de klachten worden ingebeeld, maar dat lichaam en geest sterk met elkaar verweven zijn.
Angst en paniek
- Angst en paniekaanvallen komen veel voor bij mensen met FNS, vooral bij Functionele Aanvallen. Soms treden paniekverschijnselen direct vooraf aan een aanval.
- Tijdens een paniekaanval kunnen mensen hartkloppingen, ademnood, duizeligheid, trillen of een gevoel van onwerkelijkheid (dissociatie) ervaren. Bij FNS kan die dissociatie “blijven hangen”, waardoor bijvoorbeeld een lichaamshelft gevoelloos of zwak wordt.
- De meest voorkomende oorzaak van angst bij FNS is angst voor de klachten zelf: “Wat is er mis? Word ik invalide? Gelooft iemand mij wel?”
Somberheid en depressie
- Depressie komt vaak voor bij FNS. Rond de 30 en 50% bij volwassenen met functionele aanvallen en 20–40% bij mensen met functionele bewegingsstoornissen.
- Somberheid ontstaat vaak door de impact van FNS: verlies van werk, onbegrip uit de omgeving, en voortdurende onzekerheid.
- Depressie kan zich ook uiten zonder duidelijke somberheid, bijvoorbeeld door verlies van interesse, vermoeidheid, prikkelbaarheid, slechte concentratie, slaapproblemen of veranderingen in eetlust.
Posttraumatische stress (PTSS) en andere psychische klachten
- PTSS komt bij 20–30% van mensen met FNS voor, vooral bij functionele aanvallen. De meeste mensen met FNS hebben géén voorgeschiedenis van seksueel of fysiek trauma.
- Onderzoek laat wel zien dat stress-, verwaarlozing, verlies of relationele problemen op de kinderleeftijd belangrijk kunnen zijn.
- Andere psychiatrische stoornissen zoals persoonlijkheidsstoornissen, dwang- en bipolaire stoornis komen minder vaak voor, maar kunnen wel bijdragen aan complexiteit.
Belangrijk om te weten
- Stigma is een groot probleem: angst en depressie betekenen niet dat iemand “zwak” is of “zich aanstelt”. Het zijn echte, behandelbare aandoeningen die net zo serieus genomen moeten worden als elke andere complicatie bij FNS
- Het hebben van angst, paniek of depressie betekent niet dat dit de oorzaak van FNS is. Vaak is het een gevolg of een versterkende factor.
- Psychiatrische co-morbiditeit voorspelt vaak een zwaarder beloop en meer beperkingen, maar ook: als deze problemen goed behandeld worden, verbeteren vaak óók de functionele klachten.