Cognitieve stoornissen
Wat is het?
Functioneel cognitieve stoornis (FCS) is een aandoening die problemen geeft in de functies van het denken (cognitief functioneren), zoals het geheugen, de snelheid van het denken, concentratie of taal. Bij FCS is er geen beschadiging aan de hersenen, maar werken de hersenen niet goed. De klachten kunnen ertoe leiden dat het functioneren in het dagelijks leven flink bemoeilijkt wordt. Functioneel cognitieve klachten kunnen “los” voorkomen, maar komen ook erg vaak samen voor met andere functionele klachten. FCS komt veel voor. Van de mensen die op een geheugenpolikliniek komen krijgt uiteindelijk ongeveer 1 op de 4 mensen de diagnose FCS.
Welke klachten komen voor?
Mensen met FCS kunnen verschillende klachten hebben. Vaak worden onderstaande klachten genoemd:
- De draad kwijtraken terwijl je ergens mee bezig bent, zoals een ruimte binnen lopen om iets te pakken en dan vergeten waarvoor je daar kwam;
- De draad kwijtraken in gesprekken met anderen;
- Frequent dingen op een verkeerde plek leggen, zoals je sleutels of je telefoon;
- Moeite de juiste woorden te vinden;
- Het ervaren van “hersenmist” (brain fog), alles komt trager binnen of alles wordt op afstand ervaren;
- Periodes in tijd kwijt zijn, omdat je op de ‘automatische piloot’ functioneerde.
Wat is de oorzaak?
Net als voor FNS weten we niet zo goed waarom sommige mensen FCS krijgen en sommige niet. Lees meer over de verschillende factoren die een rol kunnen spelen bij het ontstaan van een functionele stoornis hier (link)
FCS komt soms zonder aanwijsbare reden, maar vaak is er een uitlokker. In het geval van FCS komt het regelmatig voor dat er een hersenschudding voorafgaat aan het ontstaan van de klachten.
Wat is het mechanisme?
De basis van klachten bij FCS is dat er sprake is van een verstoorde aandacht. Een verstoorde aandacht kan leiden tot de klachten die hierboven genoemd worden. Wanneer het niet lukt om onze aandacht te richten op nieuwe informatie, kunnen we ook geen nieuwe informatie opslaan. Zaken die aandacht kunnen verstoren zijn bijvoorbeeld pijn, slaapproblemen, stress of bepaalde medicijnen. Klachten bij FCS worden vaak veroorzaakt door een vicieuze cirkel van verschillende factoren die op elkaar ingrijpen (Figuur 1). Het verwarrende is dus dat we vaak zien dat mensen met FCS bemerken denkfouten te maken en vervolgens pogen hun best te doen om dit te voorkomen. Maar juist door deze poging de klachten te verminderen, worden de klachten juist erger.
Het is verder goed om te weten dat het heel normaal is om aandacht gerelateerde fouten te maken. Het blijkt uit een onderzoek onder 127 volwassen gezonde vrijwilligers dat meer dan de helft van hen in een week vergelijkbare klachten aangaf als genoemd onder de klachten die voorkomen bij FCS.
Figuur 1
Hoe wordt de diagnose gesteld?
FCS kan lijken op andere aandoeningen die problemen kunnen geven met het geheugen, zoals dementie of hersenletsel. Er zal dan ook door de arts onderzoek worden gedaan naar specifieke kenmerken van FCS in het verhaal en in het lichamelijk onderzoek. Deze kenmerken worden ook wel positieve symptomen genoemd. Op basis hiervan kan de diagnose worden gesteld. FCS is niet vast te stellen met een scan of bloedonderzoek. Soms zullen deze onderzoeken wel worden ingezet om andere - al dan niet bijkomende - oorzaken van de klachten minder waarschijnlijk te maken
Is er behandeling mogelijk?
Op dit moment is er nog niet veel bewijs wat de beste behandeling is voor mensen met FCS. Sommige mensen met FCS herstellen zonder dat er behandeling nodig is. Bij andere mensen is het nodig om een behandelaar met ervaring in FCS te betrekken. Belangrijk is dan dat mensen met FCS begrijpen wat er aan de hand is en wat waarschijnlijk maakt dat de klachten er zijn. Het is daarbij van belang om aan de slag te gaan met factoren die ervoor zorgen dat de klachten niet herstellen. Het kan daarom nuttig zijn voor mensen met FCS om een model zoals in Figuur 1 voor zichzelf in te vullen, of samen met een professional.
Afhankelijk van de factoren die een rol spelen bij de klachten kan worden gekozen om een ergotherapeut, psycholoog of psychiater te betrekken in de verdere behandeling.