Waarom krijgen sommige mensen FNS en anderen niet? Er is vaak sprake van meerdere factoren die maken dat iemand FNS krijgt en een ander juist niet.
Waarom ontstaat FNS?
We weten niet waarom sommige mensen FNS krijgen en anderen niet. Verschillende factoren kunnen hierin een rol spelen. Dit zijn zowel biologische, psychologische als sociale factoren. Het is daarbij goed om hierin onderscheid te maken in drie categorieën:
Aanlegfactoren. De aanleg die iemand heeft om een bepaalde aandoening te krijgen, deze wordt bepaald door zaken die voor de start van de symptomen al zijn begonnen. Dat kunnen aangeboren dingen zijn zoals erfelijke aanleg, maar ook factoren die later ontstaan, zoals het doormaken van een (ernstige) ziekte op jonge leeftijd.
Uitlokkende factoren. Dit zijn factoren die de aanleiding zijn voor het begin van de klachten. Voorbeelden zijn het doormaken van ongeval of ziekte.
Instandhoudende factoren. Dit zijn factoren die zorgen dat de klachten niet over gaan, of erger worden, nadat ze zijn begonnen. Voorbeelden zijn de manier waarop je omgaat met je klachten, ook wel coping mechanismen genoemd. Maar ook onduidelijkheid of bezorgdheid over de diagnose kan maken dat klachten blijven bestaan.
Gelukkig gaan veel functionele symptomen vanzelf over. Bij sommige mensen zorgen instandhoudende factoren ervoor dat de symptomen chronisch worden. De factoren die de klachten in stand houden zijn ook heel verschillend. Soms worden de klachten niet beter omdat iemand zichzelf teveel belast, soms juist omdat iemand te weinig gaat doen waardoor de conditie verslechtert.
In onderstaande tabel kun je voorbeelden zien van hoe aanlegfactoren, uitlokkende factoren en instandhoudende factoren samenhangen met biologische, psychologische en sociale factoren bij een persoon met FNS. Het kan nuttig zijn voor de behandeling om zo goed mogelijk een beeld te krijgen welke factoren dit zijn.
|
|
Biologische factoren |
Psychologische factoren |
Sociale factoren |
|
Aanlegfactoren |
Langdurige lichamelijke ziekte |
Psychisch trauma Persoonlijkheidskenmerken |
Problemen in het gezin De manier waarop in je gezin wordt omgegaan met ziekte |
|
Uitlokkende factoren |
Ziekte of bijwerking medicijn Ongeval Fysieke uitputting |
Hevige stress of overbelasting Paniekaanval
|
Ingrijpende gebeurtenissen zoals ziekte in de familie, overlijden van een dierbare, scheiding of problemen op werk |
|
Instandhoudende factoren |
Onderbelasten of te weinig doen Overbelasten Verlies van conditie |
Vermijden Angst om te bewegen Doemdenken |
Vervelende reacties uit de omgeving (stigma) Verlies van studie of werk Schulden Weinig sociale steun |
Bekijk hieronder een filmpje waarin de professor de Koning-Tijssen, expert op het gebied van bewegingsstoornissen, uitlegt wat functionele bewegingsstoornissen zijn.